
|
Open
School voor Volwassenen
Dé opleidingsverstrekker voor volwassenen met een lagere opleiding |
|

|
|
|
|
|
|
| Onze
uitgangspositie: Het
Centrum voor Basiseducatie VZW Midden-West-Vlaanderen stelt zich tot doel
om volwassenen die niet lang naar school geweest zijn beter toe te rusten
met basisvaardigheden die nodig zijn om te functioneren in het dagelijkse
leven en het beroepsleven. Deze doelstelling wordt nagestreefd door het
verzorgen van een specifiek educatief aanbod. De vele cursusprogramma's
kunnen getypeerd worden volgens leerdomein, niveau, functie, perspectief
en andere variabelen. |
- NEDERLANDS
MOEDERTAAL (NT1)
: werken aan lees- en schrijfvaardigheden met Nederlandstaligen in lees- en
schrijfgroepen en een cursus Puntjes op de I.
- NEDERLANDS
ALS TWEEDE TAAL (NT2)
: werken aan Nederlandse taalvaardigheden met anderstaligen.
- NEDERLANDS
ALS TWEEDE TAAL VOOR ANALFABETEN (Alfa NT2) :
werken aan Nederlandse taalvaardigheden met anderstaligen die in de eigen
taal moeilijk of niet kunnen lezen of schrijven.
- REKENEN EN WISKUNDE (WIS)
: werken aan rekenvaardigheden met Nederlandstaligen en anderstaligen in rekengroepen
.
- MAATSCHAPPIJORIËNTATIE
(MO):
met Nederlandstaligen en anderstaligen. Voorbeelden : theorie rijbewijs, knoppen
cursus, zeker van jezelf, geheugentraining, actief burgerschap (verkiezingen),
...
- ICT
: computerinitiatie voor Nederlandstaligen en anderstaligen.
- OPSTAP
FRANS EN ENGELS
: voorbereidende cursussen voor de opleidingen Elementaire Kennis Frans of
Engels in een CVO.
Naast
deze cursusgroepen voorziet de Open School voor Volwassenen ook in een OPEN
LEERCENTRUM. Hier kan men individueel en op een heel flexibele wijze
verder oefenen op leerdoelen uit de groep, werken aan een specifieke leervraag,
zich voorbereiden op een examen,... Daartoe kan men beroep doen op de aanwezige
begeleider(s), maar wordt tegelijk via allerlei media het zelfstandig leren
bevorderd.
Vanaf
het werkjaar 2003-2004 wordt er niet langer met niveaugroepen gewerkt voor de
leerdomeinen Nederlands voor anderstaligen, wiskunde en ICT. Voor de leerdomeinen
Nederlands voor anderstaligen en wiskunde wordt gewerkt met kortlopende op elkaar
aansluitende modules. De eerste modules gaan uit
van een onbestaande voorkennis, de hoogste modules geven aansluiting op cursussen
in de Centra voor Volwassenenonderwijs, VDAB, Tweedekansonderwijs of BIS.
De
leerdomeinen Nederlands moedertaal, maatschappelijke oriëntatie en Alfa
NT2 zijn vanaf het werkjaar 2005-2006 ook gemodulariseerd.
De
niveaubepaling wordt gedaan door educatieve medewerkers
van de Open School voor Volwassenen via gesprek en enkele eerste oefeningen.
Programma's in
de basiseducatie kunnen verschillende functies hebben :
- ACTIVERING
- TOELEIDING en KEUZEBEGELEIDING
: De educatieve medewerkers van de Open School voor Volwassenen helpen cursisten
bij het maken van keuzes tijdens hun leertraject. Wat zijn de leervragen?
Waar heeft de cursist behoefte aan? Wat zijn de leermogelijkheden? Soms organiseert
de Open School kortlopende programma's. Deze kortlopende programma's willen
de bestaande educatieve mogelijkheden bekend maken bij een doelgroep en/of
mensen stimuleren na te gaan met welke vragen zij in hun dagelijkse levenssituatie
worden geconfronteerd en te onderzoeken welke maatschappelijke activiteiten
(zoals basiseducatie) kunnen bijdragen tot een oplossing van deze (leer)vragen.
-
BASISAANBOD : De modules met vastgelegde einddoelen
waarbij naar een algemene competentieverhoging gestreefd wordt binnen een
bepaald leerdomein. Het betreft de "eigenlijke" cursussen, waarin
taal-, reken-, computer- en sociale vaardigheden worden verworven of verbeterd.
- ORIËNTERING
EN BEGELEIDING BIJ UITSTROOM
: De educatieve medewerkers van de Open School helpen cursisten met leervragen
waarvoor zij geen oplossing binnen de basiseducatie kunnen vinden. Dat kan
gaan van algemene informatieverstrekking tot het intensief opvolgen na doorstroming
naar een andere opleidingsverstrekker. Soms zijn er kortlopende programma's
binnen de basiseducatie voorzien. Deze kortlopende programma's willen cursisten
na een zekere leerloopbaan vertrouwd maken met educatieve mogelijkheden buiten
de basiseducatie en hen voorbereiden op een deelname daarvan.
De leerperspectieven
van cursisten in de basiseducatie kunnen variëren. Daarmee rekening houdend
worden cursussen opgezet met een verschillend doelgerichtheid. Concreet kunnen
programma's één of meerdere van de volgende finaliteiten beogen
:
- SOCIALE
REDZAAMHEID
: in dit geval wordt gewerkt aan basiscompetenties voor het functioneren in
het dagelijks leven en in de samenleving, bv. vlot leren omgaan met geld bij
het boodschappen doen.
-
EDUCATIEVE REDZAAMHEID : hier verwerven de deelnemers
basiscompetenties voor deelname aan vormen van verder leren en ander onderwijs,
bv. in functie van het volgen van een vreemde taal-cursus in het Onderwijs
voor Sociale Promotie.
- PROFESSIONELE
REDZAAMHEID
: in dit geval gaat het om basiscompetenties voor het functioneren in een
beroepsopleiding en/of werksituatie, bv. tabellen en grafieken leren interpreteren
Basiseducatie
is uniek in het onderwijsveld, niet enkel om zijn cursussen, maar ook omwille
van de houding t.a.v. cursisten en de specifieke organisatie. Enkele voorbeelden
:
- CURSUSLOKATIE
: cursusprogramma's gaan niet alleen door in de kerngemeente Roeselare maar
ook op tal van andere plaatsen in het werkgebied. Gezien het uitgestrekt en
landelijk karakter van de regio en het gebrekkig uitgebouwd openbaar vervoer
behoort decentralisatie tot de beleidsopties van het CBE.
-
CURSUSMOMENT : zowel overdag ('s voormiddags of
's namiddags) als 's avonds gaan cursussen door.
- CURSUSDUUR
: Het niet-gemodulariseerde aanbod loopt over een volledig of een half werkjaar.
De modules duren 60 tot 80 uur. Er wordt gezorgd voor een aansluitend aanbod
waardoor het mogelijk is meerdere jaren cursus te volgen. Eenmaal aan de leervragen
voldaan werd kan de cursist stoppen.
- OPEN
OF GESLOTEN PROGRAMMA
: 'open' aanbod is toegankelijk voor de algemene doelgroep van de basiseducatie.
Regelmatig worden ook 'gesloten' programma's opgezet voor specifieke doelgroepen
en in samenwerking met een organisatie of dienst die deze groep aanbrengt
of helpt bereiken.
Waarom
iedereen kan bijleren! |
Bij
het realiseren van de cursusprogramma's en het begeleiden van de deelnemers
hanteert het CBE een eigen benaderingswijze en specifieke methodieken, didactische
principes en leermaterialen. Deze zijn nadrukkelijk afgestemd op de kenmerken
van de doelgroep : volwassenen die minder lang school hebben gelopen.
Dit
vergt een specifieke know-how van de cursusbegeleiders, die daartoe niet alleen
een verplichte voortgezette opleiding van twee jaar volgen maar permanent aan
de eigen deskundigheid werken.
In
een notedop kan de eigen werkwijze als volgt worden samengevat :
- CURSISTGERICHT
: leerdoelen worden in overleg tussen cursist en begeleider bepaald. Er wordt
vertrokken van de individuele leerbehoeften van de deelnemer. Verder wordt
zorgzaam omgegaan met ieders eigen leertempo en eigen leerstijl.
-
ERVARINGSGERICHT : de dagelijkse leef- en/of werksituatie
van de cursist vormt bij het leren zowel het uitgangspunt (leervragen) als
het perspectief (toepassing van het geleerde). In de groepen worden de deelnemers
bovendien gestimuleerd tot wederzijdse aandacht voor elkaars ervaringen en
tot het zoeken naar wat daarin gemeenschappelijk is.
-
INTERACTIEF : het meeste leren gebeurt in groep.
De cursisten leren niet alleen met maar ook van elkaar. Bovendien wordt het
groepsgebeuren aangegrepen voor het oefenen van allerlei sociale vaardigheden.
(bv. spreken in een groep).
-
FUNCTIONEEL : bruikbaarheid is een belangrijk
criterium bij het leren. Deelname aan een programma moet zichtbaar resulteren
in het vergroten van de zelfstandigheid en het verbeteren van het dagelijks
functioneren. Daartoe wordt er zoveel mogelijk gewerkt met realistische, authentieke
situaties en materialen, en is er veel aandacht voor het kunnen en durven
toepassen van het geleerde buitende de cursus.
- NIET-SCHOOLS
: volwassenen leren helemaal anders dan kinderen. In het CBE wordt in een
volwassen sfeer gewerkt met volwassen situaties en materialen. Het opvolgen
van de eigen vorderingen gebeurt in samenspraak met de cursisten, ieder is
verantwoordelijk voor het eigen leerproces. Nogal wat laaggeschoolde volwassenen
werden in hun schooltijd vooral geconfronteerd met falen. In de basiseducatie
wordt de klemtoon verlegd naar wat iemand wél reeds heeft bereikt.